geurtjes

mei 24, 2011

Toen ik vanochtend thuis kwam vanuit Hengelo rook het in mijn huis vaag naar afgestoken lucifers. Ik ging al op zoek naar verkoolde stokjes, schoof het gordijntje aan de kant dat voor mijn brievenbus zit, maar vond niets.
Toen ik verder mijn huis in liep realiseerde ik me opeens wat ik rook; ik heb een bos bloemen gekregen met een lelie erin. De lelie is inmiddels verhuisd naar buiten.

Toen ik vanmiddag thuis kwam na mijn werk kwam de weeë geur van de riolering me tegemoet. Dat gebeurt vaker, een “pluspunt” voor het in het onderste apartement wonen van een complex. Ik toog naar de douche en liet het putje voor de zoveelste keer vol lopen met water. Op het putje ligt inmiddels ook een plat deksel van een pan. Zodat de lucht niet zo ver kan komen als het vanmiddag deed.

hmmm, misschien is 1+1 2 en moet ik de lelie naar de douche verhuizen!

alles is kunst, toch?

december 13, 2010

Sinds gisteren weet ik het zeker, ik ben een vrouw van de ‘alles is kunst’-tijd.

Alles kan kunst zijn, of ik het wat vind is een tweede, maar dat het kan is voor mij geen vraag. Zet mij in een museale omgeving en ik zal alles wat ik zie in de eerste plaats bekijken als kunstwerk. Gisteren liep ik in het Rijksmuseum Twenthe toen ik een blik wierp in een gang en een rond zwart voorwerp op de grond zag liggen met witte vormen erop. Mijn hoofd was al bezig het te plaatsen toen ik even verder de gang in keek en een verfemmer zag staan… Dat wat ik duidde bleek dus gewoon een deksel van een emmer verf te zijn. Tja.

Maar dan..

In het Rijksmuseum (net als in veel andere musea) hebben ze ervoor gekozen bij kunstwerken bordjes te plaatsen met daarop de naam van de kunstenaar, titel, jaartal, materiaal, etc. U kent ze wel, gewoon kleine niet opvallende maar duidelijke bordjes links of recht van het werk.
Toen ik dus vervolgens een ruimte binnenliep met nummers op de ene muur en 3 schilderijen op een andere muur dacht ik te maken te hebben met 6 werken en ging ik op zoek naar de vertrouwde titelbordjes. Vooral ook omdat ik het nogal conceptueel vond, die nummers. De volgorde zette me aan het denken en dan die jaartallen er onder, buitengewoon opmerkelijk…

Rijksmuseum Twenthe

Rijksmuseum Twenthe

Speciaal voor Het Grijze Huis – een project van Hieke Pars, maakte ik nieuw werk.

Het Grijze Huis - Hieke Pars

Nieuw werk voor Het Grijze Huis

Nieuw werk voor Het Grijze Huis

Materiaal: Verhuisdeken, polyesterhars, lasdraad
Nog te zien t/m dinsdag 22 juni

Ga je mee?

mei 12, 2010

Nog nooit wilde ik met zoveel enthousiasme afreizen naar het einde van de wereld.
Ga dat zien als U kunt!

(via Trendbeheer)

onderweg (15-09-2009)

mei 11, 2010

Ik moest 1 keer overstappen. In Zwolle.

Ik bleek niet veel tijd te hebben voor die overstap, dus stapte ik zodra ik de trein bereikt had in, om daarna de zoektocht naar een goede zitplek te starten.

Een blik op haar vertelde me dat dit de beste plek zou zijn. Misschien dat ze een praatje met me zou willen maken, maar daarvoor had ik mijn mp3-speler mee. Ik ging schuin tegenover haar zitten naast haar gouden tas en begroette haar (bijzonder eigenlijk dat ik dames op leeftijd altijd groet als ik bij ze ga zitten).

Ik pakte mijn boek en mijn mp3-speler uit mijn tas.
De trein begon te rijden en de dame pakte haar tas van de stoel naast me. Ik dacht dat dat was om de tas naast zich neer te zetten, maar het bleek een wisseltruuk te zijn. Ze zette zich naast me met de verklarende woorden; ‘Ik kan niet tegen achteruit rijden, daarom had ik mijn tas tegenover me gezet, voor de zekerheid’.
En zo zaten we dan opeens naast elkaar.

Een bevreemdende ervaring, omdat de meeste mensen die elkaar niet kennen (trouwens ook mensen die elkaar wél kennen) niet naast elkaar in een vierzits gaan zitten, maar elkaar altijd de meeste ruimte die mogelijk is geven.

Ik richtte mijn aandacht weer op mijn boek. Of liever, mijn blik, want mijn aandacht bleef bij haar. Vanuit mijn ooghoek nam ik haar in me op. Ik zag haar tas, haar broek, haar schoenen. Er was niet echt iets van smaak aanwezig, alles wees op praktisch. De gouden tas was nog wel het meest uitgesproken. Maar die was er alleen maar was omdat ze die ergens had gekregen. En hoewel lelijk, toch zonde om weg te gooien en een praktisch formaat, dus ach. In mijn ooghoek zag ik haar bewegingen, haar trekjes. En ik zag haar handen.

In de keuze van haar kleding en schoenen met de tas, en de combinatie van bepaalde bewegingen in haar gezicht en met haar handen herkende ik mijn moeder.
Even liet ik het idee door mijn hoofd gaan dat ze het echt zou zijn. Het idee dat we zo dicht bij elkaar zaten. Haar handen samengevouwen op schoot.
Het enige dat ik nog wilde was haar handen vasthouden. Het koste me geen enkele moeite om me voor te stellen hoe warm ze zouden zijn, die zachte oudere huid met ruwe eeltplekken van het huishoudelijke werk, de warmte die ze zouden geven…

Stug bleef ik mijn blik richten op mijn boek terwijl ik aanleunde tegen het gevoel dat het in gedachten vasthouden van mijn moeders handen teweeg bracht.

Tot aan Almelo zaten mijn moeder en ik met onze handen in elkaar gevouwen in de trein.

Ik schrik wakker omdat ik denk dat er een beest in mijn bed beweegt. Ik klik snel de lamp aan en staar naar de plek waar ik de beweging zag. Niets.
Nadat ik weer wat gekalmeerd ben, maar nog niet helemaal overtuigd van het niet bestaan van een beest in mijn bed, klik ik het licht uit en verdwijn helemaal minus mijn neus onder de dekens (van kleins af aan heb ik al het idee dat ik onder de deken onzichtbaar en beschermd ben, zelfs voor beesten die misschien wel ìn mijn bed zitten, dus besluit ik dat deze vorm van ontkenning het beste is).
Omdat dekens geluid dempen wordt ik steeds heel even licht uit mijn slaap getrokken door geluid op de gang. Omdat ik niet helemaal overtuigd was dat het beest er niet was laait de onrust bij elk geluidje op de gang weer op. Nu zijn het gedachten als ‘was dat nou de voordeur die open en dicht ging? Haalt er nou iemand spullen uit mijn huis terwijl ik hier lig te slapen?’ die ik probeer te negeren.

Na twee uur hardnekkige ontkenning en steeds weer uit lichte slaap getrokken te zijn door geluiden besluit ik om toch maar eens in mijn gang te gaan kijken, omdat inmiddels het idee in me opgekomen is dat Gijs weer een muis heeft gevangen die hij daar heeft laten schieten.

Voorzichtig open ik mijn slaapkamerdeur. Voorzichtig omdat een muis (of erger: een rat) in mijn slaapkamer gaat betekenen dat ik echt de rest van de nacht niet zal slapen op zoek naar dat beest. De gang is een ruimte die nog te overzien is.
Ik klik de lamp aan in de gang en zie dat Gijs de hele vloerbedekking heeft losgetrokken… Het ligt in hobbels en bobbels en hij zit er bovenop naar de bobbels te staren. De muis zal dus wel onder de vloerbedekking zijn geschoten toen hij zijn kans schoon zag.
Ik jaag Gijs naar de kale vloer en terwijl ik de vloerbedekking verder op til leg ik hem uit dat het dan dus nu wel de bedoeling is dat hij de muis weer gaat vangen. Er verschijnt een staartje, er is een hap en dan is er de vraag waar de muis nou is. Is hij verder onder de vloerbedekking geschoten of heeft Gijs hem toch? Ik hoor mezelf zeggen ‘Heb je hem? Gijs?!?’ en als ik omkijk zie ik dat er een staartje langs zijn kop steekt. Ja dus.

Ik ga achter Gijs aan de woonkamer in. Gijs maakt echter geen aanstalten met de muis naar buiten te vertrekken dus de drijfjacht op kat met muis richting achterdeur gaat van start. Eerst probeer ik de muis uit zijn bek te bevrijden. Vergeefs. Dan maar muis met kat en al de tuin in.
Nadat ik Gijs met muis in de tuin zie verdwijnen was ik mijn handen en stap weer in mijn bed. Langzaam zak ik weg in een lichte slaap om even later weer opgeschrikt te worden van geluid uit de gang. Dit keer ontken ik niets en stap meteen de gang in, om daar het gekraak van muizenbotjes tussen kattenkaken aan te treffen.

Kampioen!

mei 2, 2010

Twente Enschede Olee oleeee ^^