openbare ruimte/publieke ruimte/publiek domein

mei 9, 2006

Naar aanleiding van mijn scriptie ben ik het boek ‘publieke kunst’ gaan lezen van Ina Boiten.

Zij doet in dit boek een aantal uitspraken over kunst in de openbare ruimte die goed aansluiten op mijn mening.

(de opmerkingen in rood zijn gemaakt door Florian Goettke, mijn docent ‘Public Space’)

Het is de afgelopen jaren regelmatig voorgekomen dat mensen tegen mij beweerden dat er geen ‘ruimte’ meer is voor kunst in de openbare ruimte. Met name omdat mensen niet meer om zich heen kijken. De maatschappij en de beweging van de mensen in de openbare ruimte is veranderd. Mensen bewegen zich meer op zichzelf en minder om zich heen kijken door de openbare ruimte. Men is individueler geworden en bevindt zich in bepaalde gevallen liefst zo kort mogelijk in de openbare ruimte.

Mijns inziens is er dan juist nog van alles te doen. Ik denk namelijk niet dat openbare kunst ‘alleen maar’ een monumentaal beeld (eventueel op sokkel) hoeft te zijn. De manier waarop mensen zich door het leven en de openbare ruimte bewegen geeft zoveel nieuwe mogelijkheden!

Voor mij is kunst (en dan dus niet persé in de openbare ruimte) iets wat een ervaring geeft, een belevenis, een herinnering, iets wat je niet verwachtte én ook iets vluchtigs, want hoewel het om een beeld kan gaan van een paar ton(gewicht) dat nooit is en/of kan worden verplaatst, kun je het niet meenemen. Het is slechts de ervaring die je er mee hebt die je meedraagt. Met dit gegeven kun je dus ook kunst maken die slechts bestaat omdat mensen het beleven. En die slechts bestaat in de mensen die het beleven.

Bijvoorbeeld het werk van Birthe Leemeijer wat in Avro’s ‘Kunstblik’ te zien en te winnen was. Het was een kaart waarop stond dat ze de mooiste plaats die ze kende zou laten zien. Niet de kaart met die uitspraak er op was het werk, maar het laten zien van die plek. (en misschien ook het nadenken over het hele proces?)

Ina Boiten vraagt zich onder meer af of eigentijdse kunst in de openbare ruimte niet beter publieke kunst zou kunnen heten (met name het woord eigentijds is hier denk ik belangrijk.).

Het verschil tussen ‘kunst in de openbare ruimte’ en ‘publieke kunst’ zit voornamelijk in dat er bij publieke kunst veel meer de interactie met de mensen die zich in die openbare ruimte bewegen wordt gezocht, in plaats van mét de ruimte.

Echter, het is ook zo dat publieke ruimte meer inhoudt dan de traditionele openbare ruimte.

In haar boek citeert Ina Boiten Henk Visch die de openbare ruimte als volgt omschreef; ‘De openbare ruimte is die ruimte die niet geprivatiseerd is, zij behoort tot de openbare goederen zoals de zeeën, de atmosfeer, de bossen en de zon. Het geniet de zorg en de bescherming van de gemeenschap. Niemand kan zonder de openbare ruimte leven; een ieder is er deel van, de dieven en de duiven, het is de ruimte, waar iemand iemand anders onbelemmerd ontmoeten kan, het is de ruimte van de verbeelding ook, waar men iedereen kan zijn en niemand. Het is de ruimte die men wereld noemt.’

Voor mij gaat de openbare ruimte verder dan dat. Het gaat me om de mensen er in. Hun beleving, hun fantasiewereld, hun associaties, hun reacties, hun leven.

Wat mij betreft is de openbare ruimte slechts een kader, het materiaal, en levert het me het publiek dat ik wil bereiken. Of, om met Ina Boiten te spreken; ‘Nu is hoe langer hoe minder de plek het hoofdmotief van de kunstenaar, zijn eerste opdracht is het bereiken van het publiek. Met andere woorden: de plek is uitgebreid tot de totale leefomgeving.’(Ina Boiten, Publieke kunst, p.62). De term publieke kunst spreekt me daarom meer aan. Het draagt de ‘ouderwetse’ openbare ruimte in zich maar behelst zoveel meer.

Met mijn werk wil ik graag een breed publiek bereiken. Niet alleen maar de kunstminnenden en –kopers, maar de mensen waartoe ik mezelf ook reken (ben jij dan niet kunstminnend?) . De maatschappij waarin ik me beweeg in de breedste zin.

Op welke manier ik hierin zou willen werken verschilt per werk dat ik maak. Meestal is werk dat ik maak erg gericht op publiek. Heeft het zonder misschien niet eens bestaansrecht, bijvoorbeeld de ‘period t-shirts’. Het werk komt voort uit de commercie en hoe mensen met het fenomeen menstruatie omgaan. Een reactie op deze manier van omgaan kan mijns inziens alleen werken als ik met een shirt het publieke domein opzoek, waardoor men met een andere manier van omgaan met menstruatie geconfronteerd worden. Dit samenspel, deze interactie is voor mij het hele werk. Het shirt zou niets betekenen als ik het alleen thuis zou dragen of in de kast zou leggen of in een galerie zou hangen.

Kun jij nog duidelijker maken, welke soort uitwisseling jij zoekt? Wat geef je en wat krijg je terug en wat doe je ermee?

In eerste instantie ga je met de t-shirts van jezelf uit: jij hebt je periode, jij voelt je daardoor misschien ongemakkelijk, jij wilt daarmee anders omgaan en jij wilt dat daarmee anders omgegaan wordt.

Wat doe je vervolgens met de reacties? Is het genoeg, dat mensen reageren, verwerk je de reacties in een vervolgproces?

Misschien zou het jou helpen om een keer een werk met het behulp van ‘the Architecture of Interaction’ te analyseren, was jij bij de lezing van Yvonne Dröge Wendel?


Advertenties

One Response to “openbare ruimte/publieke ruimte/publiek domein”

  1. riet Says:

    Ik ben nieuwsgierig naar “The Architecture of Interaction” van Yvonnen Droge Wendell!


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: